"Er is
een
grote
tirannie
van de
gelovigen.
Ze
houden
verdomd
veel
tegen."
Die
beroemde
uitspraak
van
mediapriester
Walter
Goddijn
zegt het
helemaal.
Als je
'gelovigen'
door
'kiezers'
vervangt,
had ook
een
moderne
politicus
het
kunnen
zeggen.
Maar
helaas,
gelovigen
zijn
geen
kiezers.
Ze zijn
afhankelijk
en
moeten
zich
laten
aansturen
door
priesters.
In de
jaren
zestig
zouden
die het
beruchte
"verraad
der
klerken"
plegen.
En
daarmee
was de
glorieuze
Nederlandse
Kerk ten
dode
gedoemd.
Ontroerend,
niet
sentimenteel
Dat is
de rode
lijn
(inclusief
het
voorbarige
overlijdensbericht)
van
Moederkerk
van de
linkse
historicus
Jos
Palm.
Hij
vertelt
daarin
over
zijn
katholieke
jeugd in
het
Gelderse
Zeddam.
Zijn
moeder,
een
eenvoudige
en goede
katholieke
huismoeder,
die
eindigde
bij
pater
Kotte,
is de
centrale
persoon
in het
boek,
net
zoals ze
dat in
haar
gezin
was. Dat
maakt
het bij
tijden
persoonlijk
en
ontroerend,
maar
nooit
sentimenteel.
Aan de
hand van
haar
levensverhaal
passeert
de
Nederlandse
Kerk van
de
afgelopen
eeuw de
revue.
Goed
werk
Palm
heeft
goed
werk
geleverd.
Hoewel
hij al
als
puber
het
geloof
vaarwel
heeft
gezegd,
weet hij
waar hij
het over
heeft.
De
gebruikelijk
blunders,
zoals
dat het
Tweede
Vaticaans
Concilie
het
Latijn
afschafte,
ontbreken.
In feite
voerde
het
Concilie
naast
het
Latijn
"paralleltalen"
in, zegt
Palm
treffend.
Hoewel
de
uitgever
over het
boek
zegt dat
in de
jaren
zestig
"de
katholieke
kerk
begon na
te
denken
en dat
was de
nagel
aan de
doodskist
van het
geloof",
is dat
niet de
banale
golflengte
waarop
Palm de
zaken
behandelt.
'Dubbele
kool'
Integendeel,
de
kritische
blik op
zijn
eigen
linkse
Werdegang
en de
rol
daarin
van zijn
katholieke
opvoeding,
geeft
een
aantrekkelijke
relatieve
openheid
aan het
betoog.
Zeker,
Palm
kijkt
terug
vanuit
een
links
denkkader
en hij
ziet het
geloof
als
achterhaald
("De
godsdienst
ontstaat
uit de
beperktheid
van het
menselijk
denken",
citeert
hij
Friedrich
Engels),
maar
toch
houdt
hij oog
voor de
wrede
"dubbele
kool"
die de
geschiedenis
aan
eenvoudige
gelovigen
als zijn
ouders
gestoofd
heeft.
En voor
zijn
eigen
schatplichtigheid
aan het
verleden.
Overigens
is het
opvallend
dat de
(ex?-)marxist
Palm de
structuren
van de
Kerk
alleen
maar als
'macht'
kan
verklaren
en geen
enkel
oog
heeft
voor de
theologische
fundering
ervan.
Groot
offer
De
moeder
van de
auteur
bracht
aan het
begin
van haar
volwassen
leven
een
groot
offer
door
afstand
te doen
van de
liefde
van haar
leven,
omdat
die
protestant
was.
Kennelijk
was die
grote
liefde
wederzijds.
Jaarlijks
bleef
hij haar
op haar
verjaardag
opbellen,
ook toen
ze al
lang
getrouwd
was, en
iedere
keer
trof het
de
kinderen
hoe
gelukkig
moeder
dan was.
Het
einde
In de
jaren
zestig
kwam het
einde.
Niet
alleen
voor het
volksgeloof,
maar ook
voor het
traditionele
katholieke
gezin.
Het
grootschalige
"verraad
der
klerken"
door
priesters,
bisschoppen
en
religieuzen
(niet
zozeer
van de
spijtoptanten,
maar
juist
van wie
bleven,
terwijl
ze in
feite
voor een
nieuw
geloof
hadden
gekozen)
had meer
dan
alleen
geloofsgevolgen.
Gezin
onder
spanning
Ook het
katholieke
gezinsleven,
dat Palm
nu zo
nostalgisch
beschrijft,
kwam
onder
spanning.
Het
perspectief
werd
horizontaal.
De Kerk
had
zichzelf
"veroordeeld
tot een
marginale
toekomst
van
goede
bedoelingen.
Wat de
merendeels
vooruitstrevende
priesters
aan de
kerk
wonnen,
was wat
de
doorsnee
gelovigen
eraan
verloren,
namelijk
vertrouwdheid".
Radicale
socialisten
Tot
bevreemding
van hun
ouders
veranderen
hun
kinderen
in
radicale
socialisten.
Het is
de tijd
van
popmuziek,
drugs,
protestdemonstraties
en
gemakkelijke
seks.
"Een
collectivistische
oriëntatie
kenmerkte
de
jeugdcultuur
van de
jaren
zeventig",
schrijft
Palm
niet
zonder
zelfspot,
"en wij
SP-kinderen
hadden
het
geluk,
geloofden
we, de
beste,
meest
gecollectiviseerde
eenheid
te zijn,
en ook
nog eens
de meest
doordachte
ongodsdienstige
met een
heuse
wereldbeschouwing".
'Idealistische
roomse
achtergrond'
Maar ook
dat kwam
ergens
vandaan.
Het
weekblad
Elsevier
schreef
de
linksigheid
neerbuigend
toe aan
de
"overspannen
idealistische
roomse
achtergrond,
door het
sparen
van
zilverpapier
voor de
'arme
zwartjes'
en het
gedweep
met de
missie
en
dergelijke".
Daardoor
waren
duizenden
Nijmeegse
studenten
rijp
gemaakt
voor
alle
denkbare
vormen
van
socialistische
en
aanverwante
gevaarlijke
ideologieën.
'Gemakkelijke
prooi'
Maar de
basis
daarvoor
was al
gelegd
in de
idylle
van het
katholieke
gezinsleven
van
toen, in
dat
Gelderse
dorpje
van de
jaren
zestig.
"Het was
de ijle
sfeer
van de
belofte
van
meer"
schrijft
Palm
poëtisch,
"van de
verwachting
van wat
komen
ging,
van de
volmaaktheid
die ons
feitelijk
ongeschikt
maakte
voor het
grotemensenleven
dat
onverbiddelijk
eens zou
volgen,
en die
een
aantal
van ons
later
een
gemakkelijke
prooi
zou
maken
voor de
profeten
van een
hemel op
aarde".
Jos
Palm,
Moederkerk.
Uitg.
Contact,
288 pp.,
pb., €
19,95,
ISBN 978
90 254
3760 2

